Vandaag was een echte iPad dag. Vanochtend mocht ik een presentatie/demo van de iPad bijwonen. De bedoeling van deze bijeenkomst was om een beeld te krijgen of de iPad een tool is die je in een school kunt inzetten. ‘s Middags bracht oud-leerling (Daniël Dols) zijn iPad mee naar school om een kleine demo te geven waarbij leerlingen zelf de iPad mochten uitproberen. Zo heb ik in een paar uur tijd een stukje theorie in de praktijk kunnen zien.
Wat mij opvalt.
De iPad wordt door velen gezien als een vervanger van een laptop. Echter, ik vind dat je die vergelijking niet moet maken. De iPad zit volgens mij meer in het segment iPod, iPhone dan laptop of desktop. Op de Apple-site (http://www.apple.com/education/why-apple) staat een mooie beschrijving van de verschillende hardware en hoe die elkaar kunnen ondersteunen. Het apparaat is een verlengstuk van je laptop/desktop waar je content ontwikkeld en die je vervolgens ontsluit via verschillende kanalen. Denk hierbij aan het maken van een podcast met lesbrief en plaatst die dan in iTunes. Het ontwikkelen en samenstellen van de podcast gebeurt op de laptop/desktop en het apparaat waarmee het vervolgens bekeken kan worden is dan verschillend. Dat kan dan weer op een laptop/desktop, iPod, iPhone of iPad zijn. Deze laatste heeft het voordeel dat het scherm een stuk groter is dan de een iPhone, iPod en weer handzamer is dan een laptop.
Consumeren
De iPad is uitermate geschikt om te consumeren. Hiermee bedoel ik dat de gebruiker informatie kan opvragen en kan bekijken. Je krijgt een krachtig instrument in de klas waarmee je iedere leerling direct kunt bereiken. De boeken die digitaal weggezet kunnen worden, spreekt de scholen natuurlijk het meest aan. Zelf zou ik het een hele vooruitgang vinden als het digitaliseren van boeken zich niet beperkt tot het maken van een PDF, maar dat multimedia toegevoegd. Daar zal naar mijn mening de kracht van de iPad kunnen liggen. Lesmateriaal moet voor vooral in de technische vakken voorzien worden van animaties, simulaties. Moeilijke onderdelen kunnen inzichtelijk gemaakt worden. De vele apps die op de markt zijn, kunnen de lessen attractiever maken. Talen kunnen bijvoorbeeld gebruikmaken van geluidsrecorder of de vele taalgames die al beschikbaar zijn. Voor de zaakvakken is er veel content in de vorm van podca
sts. Het is wachten op een iTunesU versie voor het PO en VO. Theorie kan afgewisseld worden met een activiteit op de iPad. Door de snelheid waarbij het apparaat opstart is er nauwelijks tijdverlies in de les.
Creëren
Voor het creëren van content kan de iPad een uitstekend apparaat zijn. Het maken van notities (outlines), opnemen van geluidsfragmenten. Verschillende apps zijn in de korte tijd dat de iPad op de markt is al ontwikkeld. Pages, Numbers en Keynote zijn drie apps die goed te gebruiken zijn en de look en feel hebben van Apple’s iWork dat draait op de laptop of desktop. Ik stel mij voor dat een eerste aanzet van een artikel, presentatie op de iPad in een brainstorm-sessie tussen leerlingen wordt opgezet. De grotere uitwerking maak je dan met behulp van een desktop/laptop op een ander moment.
Afgelopen vrijdag mocht ik als Kennisnetambassadeur een hele dag in het STIC (School Technology Innovation Centre) van Microsoft in Brussel. Nu ben ik een Apple-gebruiker, maar sta ook open voor andere omgevingen die een meerwaarde kunnen zijn voor in het onderwijs. De bedoeling van deze dag was samen met een directielid van je de mogelijkheden en nieuwe ontwikkelingen van microsoft te verkennen.
De dag startte na een kop koffie en een welkomswoord met een korte rondleiding door het gebouw, 1 verdieping. Oplossingen zoals sharepoint, surface, klassenmanagement tools werden getoond. Leuk als kennismaking.
Het tussenprogramma bestond die dag uit een presentatie van Michael van de Wetering van Kennisnet over Cloud-computing. Een goede en degelijke presentatie over de mogelijkheden van deze nieuwe trend. Zijn presentatie is hieronder te vinden:
Afgelopen woensdag mocht ik een presentatie geven over het thema media en internet. De doelgroep was Kennisnetambassadeurs van verschillende Limburgse VO-scholen.
Presentatie
Ik ben begonnen met het laten zien van een filmpje dat je op websites zoals Youtube tegen kunt komen. Leuke grappig internet, leerlingen vinden het fantastisch. Ook in de groep werd er lacherig gedaan over het filmpje. Echter als je gaat kijken naar het oorspronkelijke filmpje dat al jaren “misbruikt” wordt, dan ga je pas beseffen dat wanneer je iets op het internet plaatst, je de controle kwijt bent.
Ga je kijken naar recent onderzoek naar de risico’s en de kansen onder jongeren dan kun je gebruikmaken van het gepubliceerde document NL Kids Online van SCP. Wat je ziet is we in Nederland hoog scoren als het gaat om internetgebruik onder jeugdigen en volwassenen, maar dat er ook grote online risico’s zijn. Dit terwijl een land zoals Denemarken en Zweden ook hoog scoren, maar minder online risico’s hebben. Het blijkt dat deze landen vooral insteken op het bewustmaken van de risico’s en de verantwoordelijkheid die je moet nemen als je online bezig bent.
Ik denk dat je als school een bijdrage kunt leveren als je naar de kansen gaat kijken die het internet kan bieden. Dat is niet de leerling en docenten te scholen in het maken van een Office-document, dat gaat verder. Ik denk aan de volgende mogelijkheden die een school kan oppakken:
informatievaardigheden (zoeken en beoordelen van bronnen)
mediageletterdheid (ieder bericht heeft een doel, een maker, is gemaakt, herken dit)
Leer media te gebruiken, te ontwikkelen en te delen (Digital Creator)
Een school die nadenkt over de kansen die het internet te bieden heeft, moet hier beleid op maken. Professionalisering van het personeel, investeren in faciliteiten die het onderwijs rijker kunnen maken om toegang te krijgen tot het internet en een open mind hebben. Blokkeren van sites is niet de oplossing, er over spreken, leren en gebruiken. Daar gaat het om. Het komt niet vanzelf. Read more…
Voor velen is het onvoorstelbaar dat het first-person shooter spel Halo als inspiratiebron kan dienen voor het ontwikkelen van leermiddelen. Halo speelt zich namelijk af in het jaar 2552. De mensheid is in staat om met snelheden sneller dan het licht te reizen en heeft een deel van het heelal gekoloniseerd, maar is ook in oorlog met een verbond van buitenaardse rassen, genaamd de covenant. Je zou er niet zomaar aan denken, maar op de Open Universiteit CELSTEC is een groep onderzoekers onder leiding van professor Marcus Specht bezig met het ontwikkelen van innovatieve leermiddelen met strategie spelconcepten, zoals die voorkomen in Halo. Deze worden gebouwd voor de smartphones zoals de iPhone en Android, maar ook voor in de elektronische leeromgeving.
Leerlingen uit V5 die het vak informatica volgen, zijn samen met hun docent Guido van Dijk op dinsdagmiddag een kijkje gaan nemen in het ICT-lab van de Open Universiteit. De bijeenkomst was bedoeld om als buren elkaar beter te leren kennen waarbij gekeken werd of een samenwerking opgezet kan worden waarbij de leerlingen in projectvorm kunnen samenwerken met het team van het ICT-lab.
In de bijeenkomst presenteerden beide “buren” waarmee ze bezig zijn en welke ideeën ze m.b.t. het inzetten van innovatief ICT-gebruik in het onderwijs hebben. Al snel bleek dat er nogal wat overlap was. Zo zijn beiden bezig met projecten op het gebied van Augmented Reality en mobile learning waarbij de virtuele wereld toegevoegd wordt aan de echte wereld.
Iedere promovendus (iemand die een universitaire studie af heeft en nu bezig is om zijn doctoraal te behalen) presenteerde vervolgens zijn project waarna leerlingen in kleinere groepen met hem aan de slag konden gaan om te brainstormen. Op een hele ontspannen manier werd met de theoretische omschrijvingen gestoeid en kwamen de groepen na een dik half uur weer terug met aanvullende ideeën voor het project. Over en weer werd gediscussieerd en werden de ideeën aangescherpt. De voertaal was bij sommige groepen naast Nederlands, Engels of Duits. Het theoretisch praten over een idee werd daardoor ook wel als moeilijk ervaren, maar dat is ook weer een uitdaging.
Hoe gaat het nu verder?
De leerlingen krijgen in april de mogelijkheid om in de projectweek een aantal dagen actief betrokken te zijn bij het ontwikkelen van een applicatie of device. Wat ze dan ontwikkelen kan op school door andere leerlingen en docenten getest en ingezet worden. In de komende weken gaan de leerlingen aan de slag om de basis te leggen om in april goed voor de dag te komen. In de tussentijd zullen ze ook nog contact hebben met de promovendi. Sommige leerlingen hebben nu al individueel contact gelegd om op korte termijn samen te willen werken.
Terugkijkend op deze middag kan geconcludeerd worden dat het mooi is als je een expert op het gebied van innovatieve ICT-ontwikkeling naast de school hebt liggen en waarbij het ook nog eens mogelijk is om te mogen komen kijken, mee te denken en mee te bouwen aan innovatieve oplossingen voor het onderwijs.
In Londen hebben Isidore en ik gesproken met mensen van Futurelab. Interesse bestaat er om kennis uit te wisselen. Wie weet…..
Marcus, Stefaan, Christian, Dirk, Tim en Sebastian, namens de leerlingen bedankt!
Het afgelopen weekeinde heb ik gekeken naar de integratiemogelijkheden van Moodle en Google. Eigenlijk vreemd, want ik ben geen Moodle gebruiker. De laatste keer dat ik met Moodle met leerlingen heb gewerkt is in 2006.
Waarom dan toch met Moodle aan de slag?
Het kriebelde nadat ik vrijdagmiddag een bijeenkomst over de integratie Google-apps en It’s Learning op het Connectcollege had. Zoals het nu uitziet, kun je in januari Google-apps in je omgeving integreren. Dat is dus nog even wachten.
Om wat ervaring op te doen met de Google-apps heb ik edu-mashups.com aangemeld bij Google-apps. Het domein staat bij bluehost en daar is het makkelijk om een moodle-omgeving in te richten binnen een paar minuten.
Mijn ervaring heb ik vastgelegd in een paar screencasts die ik op Youtube heb gepubliceerd. Inmiddels heb ik Single-Sign-On en Federation gerealiseerd. Zo kun je met hetzelfde account inloggen op een Moodle-omgeving met Google apps integratie en een aparte website zoals Zoho.
Vijftien jaar geleden hadden scholen ook al verschillende (digitale) informatiesystemen. Handmatig werden allerlei gegevens in kaartenbakken bijhouden, sommige administratieve handelingen waren al geautomatiseerd.
Tegenwoordig hebben scholen nogal wat informatiesystemen er bij gekregen. Een ELO (Elektronische leeromgeving), LVS (leerlingvolgsysteem), een webportal, digitale beeldbanken, docent- en leerlinggegevens en ga zo maar door. Waar het vroeger nog handmatig op papier gebeurde, gebeurt het nu handmatig digitaal. Je leest het goed, handmatig digitaal.
We hebben nu van alles en nog wat tot onze beschikking. Er wordt veel geïnvesteerd in hardware en informatiesystemen, laptops voor docenten en of leerlingen. Allerlei informatiesystemen die ter beschikking gesteld worden met de bedoeling om gegevens op te slaan en weer te raadplegen om informatie te verkrijgen.
Mooi zou je zeggen, maar hoe gaat het in de praktijk? Drie voorbeelden:
Voorbeeld 1.
Een docent kan in een LVS de punten van zijn proefwerken, overhoringen plaatsen, maar ook eventuele opmerkingen over een leerling. In de praktijk gebeurt het volgende. Een docent stuurt aan alle personeelsleden een mailtje waarin hij/zij aangeeft dat een leerling bijvoorbeeld dyslectisch is. Dat betekent als je hierin verder gaat, dat iedere docent zelf een systeem gaat bijhouden, vaak op papier in een klappertje welke leerling dyslectisch is.
Sinds enkele weken hebben mijn collega’s en ik een paar kamergenoten er bij. Ze hebben ongeveer een vierde deel van onze kamer in gebruik. Komen als het hun uitkomt en zorgen er voor dat je afgeleid wordt van je werk. Het ruikt naar soldeertin, er liggen overal ledjes en kabelstukjes over het bureau. Maar is dat erg? Nee, het is iets moois. Wat gebeurt er in dat lokaal van 3 bij 6 meter? Twee leerlingen uit Lyceum 6, Tim Ewoldt en Mart Pluijmaekers zijn bezig met hun PWS en ik mag ze “begeleiden”. Ze bouwen een eigen multi-touch Surface, een tafel met een ingebouwd interactief scherm. Ze hebben een handleiding op het Internet gevonden en zijn aan de slag gegaan. In hun onderzoek gaan ze op zoek naar verschillende invoerapparaten en hoe deze ervaren worden door verschillende gebruikers.
Wat is er nu zou mooi aan? Het zijn twee jonge gasten met doorzettingsvermogen, inzicht en die inovatief zijn. Ze motiveren hun medeleerlingen om samen mee te werken in het realiseren van hun project. In de tussenuren, na schooltijd, ze zijn er. Zelfs docenten worden er bij betrokken, ze geven de jongens adviezen over o.a. hoe je het beste kunt solderen, het plaatsen van de ledjes, helpen een handje mee, maar rijden ook voor ze naar de bouwmarkt of naar de plexiglas specialist. Hier gebeurt iets wat puur onderwijs genoemd wordt. Docenten, leerlingen werken samen, kijken waar ze elkaar kunnen helpen. Hebben plezier in wat ze doen en het is ook nog eens leerzaam. Leerlingen verleggen hun grenzen en stellen hun eigen doelen die ze willen bereiken en gaan er voor. Wat ze in dat proces leren, leren ze niet uit boeken. Ze gebruiken twitter, internet fora, medeleerlingen, docenten om tot een oplossing te komen.
Tuupke aan het werk:
Het is een voorbeeld van wat je in een experimenteerruimte zou kunnen doen, maar ik twijfel nu zelfs of dit in een aparte ruimte moet doen? Laat het een beetje rommelig zijn, maar het is geweldig! En als je op Wikipedia zoekt naar het woord school, dan staat er het volgende: Het woord ‘school’ is afgeleid van het Griekse ‘σχολή’, dat ‘vrije tijd’ betekent. Dit is een mooi voorbeeld van SCHOOL met hoofletters.
Volg deze Tim (tmjew) en Mart (Tuupke) via Twitter.
Afgelopen woensdag hebben we het jaar van de Academische School Limburg afgesloten met een eigen gemaakte GPS-speurtocht in Valkenburg.
Met behulp van een GPS-toestel van Garmin en een papieren opdrachtenformulier zijn de collega’s op pad gegaan. De route is afkomstig van een bestaande VVV-route en is door Isidore en mij omgezet in een speurtocht. De startlocatie is voor de VVV en loopt met coördinaten door het centrum van Valkenburg. Je ontdekt leuke plekken in het stadje en deze plekken vind je door middel van het oplossen van vragen die een tip geven voor de coördinaten.
Na een uurtje lopen kom je weer in de buurt van het startpunt. Dit was niet het einde van de tocht, want nu begon het gepuzzel. Met behulp van de oplossingen uit de speurtocht dient een Sudoku opgelost te worden. Deze geeft dan weer nieuwe coördinaten die leiden naar het einddoel, namelijk het restaurant.
We waren natuurlijk benieuwd of iedereen op tijd bij de locatie zou zijn, maar dat bleek geen probleem te zijn. Binnen anderhalf uur was de speurtocht gelopen en konden we genieten van een gezellige avond.
Kijk je terug op de voorbereiding, dan is het vrij eenvoudig om een speutocht op te zetten. Wat heb je nodig? Read more…
Sporten doe ik mijn hele leven al. Begonnen als 7 jarig voetballertje bij de Laura in Eygelshoven. Één keer per jaar ruilde ik mijn voetbaltenue in voor de wielerkleding. Dan was namelijk de Ronde van de Bossen. Een wilde wielerronde in de kern van Op de Bossen in Eygelshoven. Spatbordjes van de gewone fiets, een gebogen stuurtje en ik was klaar voor de ronde. Ieder jaar was ik van de partij. Op mijn 16de heb ik het voetballen vaarwel gezegd. Waarom? Wielrennen geeft je een gevoel van vrijheid en je kunt zelf bepalen hoe lang en waarheen je fietst. Lange fietstochten in het Limburgse heuvelland of in de Belgische Ardennen en Duitse Eifel. En vooral jezelf leren kennen. Weten wanneer het pijn gaat doen en vervolgens een stapje verder komen. Alles met als doel een goede prestatie leveren op een bepaald moment.
Nog steeds is wielrennen een leuke hobby. Ik rijd geen wedstrijden meer, maar het zetten van doelen heb ik nog steeds. Het doel van dit jaar is een week rijden in de Dolomiten van Italië. Vooraf hieraan ga ik ook met een aantal collega’s en een aantal eindexamenleerlingen naar hetzelfde gebied om te mountainbiken. Dit als afsluiting van hun schoolcarrière en het ondersteunen van het goede doel van Piccolo Fratello.
ICT speelt een belangrijke rol bij het ondersteunen van het fietsen. De fietscomputer van vroeger is niet meer te vergelijken met die van vandaag, de Garmin Edge 705. Trapfrequentie, snelheid, hartslag, GPS, Routeplanner. Wie had dat een aantal jaren geleden gedacht. Met deze combinatie van gegevens kun je heel goed werken naar een doel. Ook zonder zou het mogelijk zijn, maar dan wordt het een stuk moeilijker.
Ik gebruik op mijn laptop een aantal programma’s. Naast de software van Garmin, maak ik gebruik van Trailrunner. Een gratis programma dat speciaal voor de Mac-omgeving geschreven is. Alle ritten worden opgeslagen inclusief alle eerder genoemde gegevens. Speciaal aan het programma is dat je ook je eigen website kunt bouwen. Ik heb die van mijn gekoppeld aan het MobileMe account, maar je kunt het ook ftp’en naar een andere server.
Een ander aardig aspect van dit stukje software is de koppeling met GPSIES.com. Ik kan mijn routes direct toevoegen aan deze website waar heel veel andere routes gedeeld worden. Een socialnetwerk voor GPS-routes. Natuurlijk gekoppeld aan Twitter, zodat je ook kunt laten weten wanneer je een nieuwe route hebt toegevoegd. Niet alleen toevoegen is mogelijk, maar ook het binnenhalen van routes direct vanuit GPSIES is een optie. Je geeft een locatie op en vervolgens krijg je een overzicht met mogelijke routes. Een hoogtekaartje is toegevoegd en je weet precies wat je te wachten staat. Nu nog de goede benen hebben om het te kunnen rijden.:)
Lesmateriaal, achtergrond informatie van een hoge kwaliteit. Dat is te vinden in ITunes U van Apple. Makkelijk te verkrijgen vanuit je iTunes applicatie. Voor de Nederlandse markt is er zeker vraag naar. Kennisuitwisseling tussen scholen, materialen die door expertise centra ter beschikking gesteld kunnen worden. Innovatieve ICT toepassingen voor het onderwijs. Good Practice toepassingen. Het is een manier om de vaak met overheidsubsidies betaalde lesmaterialen online te krijgen. Wat te denken van scholen die een ruimte krijgen om hun schoolprojecten te etaleren. Of leerlingen die een Profielwerkstuk in een podcast aanleveren i.p.v. een Tekstdocument?
Combineer het met een Apple Learning Interchange (ALI) speciaal voor het VO en PO, dan zie ik wel mogelijkheden.
Een vereiste is wel dat het niveau van mediagebruik op de Nederlandse scholen omhoog gaat. Veel scholen koppelen de ICT-vaardigheden van leerlingen en docenten aan de ECDL-norm. Gelukkig is er een alternatief, DIGITAL CREATOR! Beleidsmakers, noteer het en neem het op in je ICT-beleid! Koppel het aan de “21stcenturyskills“. De leeromgeving en werkomgeving in je school wordt een ICT-rijke leeromgeving. ICT wordt zo gebruikt om je primaire processen op een zinvolle en interessante manier te ondersteunen. Zowel je personeel als leerlingen leren om met media om te gaan en vervolgens in staat om het ook te delen. Dan kom je weer bij ItunesU uit. De cirkel is (bijna) rond!!