Krijg ik je stem?
Vandaag is de site online gegaan waarop gestemd kan worden op de Kennisnetambassadeur van 2010. Dit jaar mag ik meedingen naar deze “prijs”, of beter gezegd waardering. Op mijn website educre8or, maar ook op de edu-mashups website van Isidore en van mij, kun je zien waar ik mij zoal mee bezig houd.
De vraag is natuurlijk waarom word je genomineerd? Die vraag heb ik mij een half jaar geleden toen ik benaderd werd ook gesteld. Wat is er nu zo bijzonder aan wat ik doe. Het is toch gewoon mijn werk? Ik heb ooit de opmerking gekregen dat ik aan het hobbyen was. Ik denk dat veel collega’s die met ICT en onderwijs bezig zijn dit vaak te horen krijgen. “Ja jij kunt dat, want het is ook je hobby”. Nee, het is niet mijn hobby. Mijn hobby is wielrennen en sinds kort ook motorrijden (alhoewel ik daar nog het rijbewijs voor moet halen). Wat ik wel zie, is dat ik makkelijk met de verschillende facetten van de ICT om kan gaan. Het levert mij bepaalde gemakken op, die ik zonder dat spul niet zou hebben. Ik ben geïnteresseerd in het kunnen inzetten van middelen die je helpen om vooruit te komen en te laten focussen op de hoofdzaak. De kennis die ik hierbij de afgelopen jaren opgedaan heb, wil ik met anderen delen, waarbij ik natuurlijk ook wil leren van de ervaringen van anderen. Het kennisnetambassadeursnetwerk is daar dan een mooie plek voor. Maar dat is niet de enige plek, je collega’s op school, de FLOS Kenniskring ICT, Academische School en de ADE-groep helpen natuurlijk ook om ervaringen uit te wisselen en je te ontwikkelen.
Ik weet nog goed dat ik in 1990 toen ik 17 jaar was een mobiele telefoon wilde. Het was niet om cool te zijn, maar het ging om de belfunctie. Ik kon namelijk zonder me zorgen te maken gaan fietsen en als ik ergens kwam en ik wist niet meer terug, dan kon ik altijd nog bellen. Je bent onafhankelijker en hebt minder beperkingen. Mooie tochten werden dat door Duitsland, België, Frankrijk, maar helaas in Polen had ik geen bereik en was het toch hard naar het vakantiehuisje fietsen voordat het donker was. Je zult dus wel de omgeving moeten hebben om deze gemakken te kunnen gebruiken. En zo is het ook gegaan met de navigatie op de fiets, of gewoon bij het wandelingen. Je wilt de grenzen verleggen, maar wilt niet te veel risico nemen. Voorheen printte ik de routes gewoon uit, maar toen ik zag dat Garmin een fietsnavigatie uitgaf, was dat iets wat ik zeker moest hebben. Vooraf aan een rit maak ik de route en hoef ik alleen de route op het schermpje of piepje te volgen. Je komt in gebieden waar je normaal gesproken niet komt. Ik kan mij concentreren op het fietsen en genieten van de omgeving. Ik merkte dat ik niet de enige was die op deze manier fietste en zag dat routes te delen waren via het internet. Ook daar kun je voordeel van hebben en zo ga je vervolgens ook je eigen routes delen met anderen en rijd je andermans routes.
Wat ik hier eigenlijk duidelijk wil maken, is dat ik op precies dezelfde manier te werk ga met het gebruik van ICT in het onderwijs als dat ik dat doe met mijn echte hobby fietsen. Een elo is handig om te gebruiken, omdat ik materialen achter kan laten voor mijn leerlingen, maar ook beter inzicht kan krijgen wat zij wel en nog niet onder de knie hebben. Leerlingen online samen laten werken is niet omdat het betere producten worden i.p.v. op papier, maar omdat het meer inzicht kan geven in het proces. Je kunt als docent er je voordeel mee doen. Wat lesmateriaal betreft, zie je dat je materialen kunt delen met andere vakcollega’s. Je bent onafhankelijk t.o.v. de beperkingen die het traditionele onderwijs met zich meebrengt. Maar ook hier, als de omgeving niet die omgeving is waar je van die gemakken gebruik kunt maken, dan loop je vast. Dan lijkt het voor een ander dat je op een eilandje zit en aan het hobbyen geslagen bent.
Vandaag was een echte
sts. Het is wachten op een 









